10 stappenplan behandeling cardiomyopathie

Cardiomyopathie of hartfalen moet door een cardioloog worden behandeld. Hij zal meestal een ACE remmer (bloeddruk) en beta-blockers (hartritme) en, als dat nodig is, diuretica (plaspillen) inzetten. Deze regulier behandeling kan uitstekend worden aangevuld met een orthomoleculair protocol. Overleg wel eerst met de cardioloog of hij bezwaar heeft tegen het inzetten van supplementen. Een voedingssupplement is eigenlijk een soort voeding in een geconcentreerde vorm. De in dit artikel genoemde supplementen (voeding) kunnen zonder bezwaar naast de reguliere medicatie die door de cardioloog voorgeschreven wordt gebruikt worden bij de behandeling van cardiomyopathie (hartfalen ).

Alle artikelen en behandelingsprotocollen zijn volgens het zelfzorg principe geschreven. Bij zelfzorg is niet de arts of specialist maar de patiënt verantwoordelijk voor het correct uitvoeren van de behandeling. Toch adviseer ik patiënten om bij gezondheidsklachten eerst een arts te raadplegen. Een juiste diagnose is ook bij een zelfzorgtraject van onschatbare waarde. Als u reeds onder behandeling bent van een arts overleg dan met uw arts voordat u voedingssupplementen gaat gebruiken.

Copyright © 2007 - pilliewillie.nl

10 stappenplan bij de behandeling van cardiomyopathie (hartfalen)

Stap 1: MSM en chroom, meer energie en zuurstoftransport

MSM en chroom kan worden gebruikt om er voor te zorgen dat het lichaam meer energie heeft. MSM verbetert het zuurstof transport in het lichaam, geen overbodige luxe voor hartfalen patiënten . Chroom verbetert de koolhydraat verbranding waardoor meer bio-energie (ATP) wordt geproduceert.
  • De bioloog David W. Gregg denkt dat MSM, en zijn tegenhanger DMSO, een soort van zuurstof transportsysteem in het lichaam vormen waardoor cardiomyopathie patiënten door extra zuurstoftransport meer energie kunnen krijgen. Sommige patiënten kunnen de ontgifting, die door het gebruik van MSM wordt veroorzaakt, niet bij houden. Er kunnen dan darmklachten, hoofdpijn of huiduitslag optreden. Start daarom met een lage dosis MSM en halveer de dosis in het geval van ontgiftingsklachten.
  • Chroom verbetert de koolhydraat verbranding waardoor het lichaam kan beschikken over meer energie. Chroom heeft nog meer voordelen: het werkt levensverlengend en helpt diabetes type II voorkomen.
  • Als door het gebruik van de combinatie chroom en MSM de vermoeidheidsklachten binnen 4 weken niet verminderen stop dan met het gebruik van deze supplementen en start met de volgende fase. Is de vermoeidheid duidelijk minder geworden blijf deze supplementen dan tenminste gebruiken tot de EJF aanzienlijk is verbeterd.
  • MSM verbetert het zuurstof transport in het lichaam en chroom verhoogt de productie van bio-energie maar spelen verder geen rol bij de behandeling van cardiomyopathie.

Stap 2: Q10, L-carnitine en Taurine, de basis van het cardiomyopathie (hartfalen) protocol

Na de introductie van MSM en chroom (4 - 6 weken) kan worden gestart met het basis protocol: Q10, L-carnitine en taurine.
  • Q10 is een van de drie basis supplementen uit dit protocol. Q10 speelt een belangrijke rol in de mitochondria (energiecentrales) van de hartcellen. Q10 verbetert de energie voorziening in het hart waardoor het hart beter kan functioneren en de EJF wordt verhoogd.
  • L-carnitine verbetert de vetverbranding. Hartcellen zijn wat betreft hun energievoorziening voornamelijk afhankelijk van vetverbranding. Een verstoring van de vetverbranding kan cardiomyopathie veroorzaken. Deze verstoring kan worden veroorzaakt door erfelijke eigenschappen waardoor het lichaam minder goed in staat is om carnitine te produceren.
  • Q10 en L-carnitine werken synergistisch (elkaar versterkend). Het is daarom verstandig beide middelen tegelijk in te zetten.
  • Taurine behoort ook tot de drie basis supplementen bij de behandeling van cardiomyopathie (hartfalen).

Stap 3: Alfa liponzuur, Vitamine C en E, preventie arteriosclerose

Na opnieuw 4 - 6 weken kan de derde fase van het protocol worden geïntroduceerd: Alfa liponzuur, vitamine E en vitamine C. Deze fase is vooral belangrijk voor patiënten die vermoeden dat cardiomyopathie veroorzaakt is door een hartinfarct. Alfa liponzuur en vitamine E en C voorzien het lichaam van voldoend in water en in vet oplosbare antioxidanten. Hierdoor ontstaat er een grotere bescherming tegen de progressie (voortgang) van hart en vaatziekten.
Vitamine K waarschuwing
Cardiologen behandelen cardiomyopathie patiënten soms met bloedverdunners zoals acenocoumarol om te voorkomen dat mogelijke bloedstolsels die worden gevormd in het slecht functionerende hart een herseninfarct kunnen veroorzaken. Veel multivitaminepreparaten bevatten echter vitamine K dat de werking van acenocoumarol vermindert. Vooral het merken als Poolplus (drogist), Multi 35 Forte (DA), Multi totaal (Hema) en Ortho basis (AOV) bevatten veel vitamine K. Let daarom goed op bij uw multivitamine keuze en overleg zonodig met de trombosedienst.
 

Stap 4: Magnesium en kalium, behandeling hartritmestoornissen en hoge bloeddruk

Als er na de introductie van deze derde fase nog sprake is van hartritmestoornissen kan magnesium ingezet worden om te proberen deze stoornissen te verminderen. Magnesium speelt verder ook een belangrijke rol bij de behandeling van cardiomyopathie, de verlaging van de bloeddruk en het voorkomen van andere hart en vaatziekten. Extra kalium kan hartritmestoornissen ook verminderen. Kalium zit in bananen en in vruchtensap. Probeer eens 4 - 5 bananen per dag of dat een verbetering te weeg brengt. Kalium suppletie is ook mogelijk. De laagste werkzame dosis is de beste dosis. Laat bij kalium suppletie uw bloedwaarde regelmatig controleren. Geef deze informatie aan uw arts.

Stap 5: Extra beweging

Als u zich na ongeveer 6 maanden beter begint te voelen overleg dan met de cardioloog of hij het goed vindt dat u extra gaat bewegen. Vaak is een half uur wandelen per dag (zeven dagen per week) al voldoende. raak tijdens het wandelen niet buiten adem, "walk and talk".

Stap 6: Voeding

  • Zonnebloemolie waarschuwing. Eind vijftiger jaren begon de promotie: verzadigd vet is slecht, onverzadigd is goed. Zonnebloemolie en plantaardige margarine op basis van zonnebloemolie zou het hart beschermen tegen ziekten, maar het omgekeerde was waar. Na de introductie van een groot aantal op zonnebloemolie gebaseerde producten nam de incidentie van hart en vaatziekten alleen maar toe. Nu blijkt dat zonnebloemolie, linolzuur, heel slecht is voor het hart. De linolzuur in zonnebloemolie veroorzaakt ontstekingen aan onze vaatwanden en arteriosclerose.
  • Eet meer essentiële vetzuren. Jaren werden patiënten door cardiologen geadviseerd weinig vet te gebruiken om hart en vaatziekten te voorkomen. Recent onderzoek geeft echter aan dat niet de hoeveelheid maar het soort vet dat wordt gegeten belangrijk is bij het verminderen van hart en vaatziekten. Voeding rijk aan onverzadigde omega-3 vetten blijken de kans op hart en vaatziekten te verkleinen. Vooral visvetten blijken erg gezond voor het hart te zijn. Eet daarom 2 - 3 maal vette vis per week. Overweeg visolie supplementen als dit niet haalbaar is. Extra visolie supplementen zijn met name belangrijk voor patiënten die nog steeds last hebben van hartritmestoornissen.
  • Eet minder koolhydraten. Atkins had dus al die tijd gelijk het ligt niet aan het vet maar aan de koolhydraten waardoor we dik worden. Volgens onderzoek van Acheson dat in juli 2004 werd gepubliceerd is voeding met weinig koolhydraten niet alleen aan te bevelen voor de behandeling van overgewicht maar vermindert deze voeding ook de kans op het verkrijgen van hart en vaatziekten. Auley komt tot dezelfde conclusie: dat voeding met weinig koolhydraten de kans op het verkrijgen van hart en vaatziekten vermindert.
  • Eet meer vezels. Volgens Dr Saskia van As, natuurgeneeskundig arts, is de consumptie van voldoende voedingsvezels de oplossing voor een groot aantal welvaartziekten, o.a. hart en vaatziekten. Vele wetenschappelijke studies onderschrijven deze visie. Voor mensen die bruinbrood eten heeft Dr. Van As slecht nieuws. Bruinbrood bevat te weinig vezels. Met twee bruine boterhammen kom je nauwelijks aan de 3 gram, terwijl de mens voor een goede gezondheid meer dan 50 gram per dag nodig heeft. Witbrood bevat zelfs maar 1 gram vezels per twee boterhammen. Rubio concludeert, in een onderzoek uit 2002, dat een gevarieerde hoeveelheid van 25 – 30 gram vezels per dag de kans op welvaartziekten zoals kanker, maagdarmziekten, diabetes en hart en vaatziekten kan verkleinen.
  • Eet voeding met een lage glycemische index waarde. De glycemische index (GI) geeft het effect weer dat een voedingsmiddel heeft op de bloedglucose waarde (bloedsuikerspiegel) twee of drie uur na consumptie. Koolhydraten die snel worden opgenomen en in glucose worden omgezet hebben een hoge glycemische index. De index geeft dus aan hoe snel koolhydraten worden omgezet in suikers. Liu S schrijft, in een onderzoek dat in juni 2000 gepubliceerd is, dat de Glycemische Index een duidelijke correlatie vertoont met de kans op het verkrijgen van hart en vaatziekten en diabetes type II. Voeding met een hogere GI vergroot de kans op deze ziekten.

Stap 7: Selenium

Een tekort aan selenium kan cardiomyopathie veroorzaken. Helaas wordt het selenium gehalte in het bloed niet door een cardioloog gemeten. Daardoor wordt deze oorzaak gemist. Een Engels onderzoek geeft aan dat de bevolking gemiddeld maar 60mcg selenium per dag binnen krijgt, terwijl iedereen er over eens is dat een dagwaarde hoger dan 100mcg veel beter zou zijn. De oorzaak van deze lage seleniumwaarde in de Engelse voeding wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een selenium tekort in de grond. In Nederland zal de situatie waarschijnlijk niet veel beter zijn.

Stap 8: DHEA

Bloedonderzoek bij cardiomyopathie patiënten geeft aan dat deze patiënten over het algemeen een lagere DHEA waarde hebben. De verlaging van de DHEA waarde komt overeen met de ernst van de cardiomyopathie. Waarschijnlijk is DHEA in staat om het hart te beschermen tegen vormverandering. DHEA is een hormoon, de waarde kan door middel van een eenvoudig bloedonderzoek worden vastgesteld. DHEA is vooral voor oudere patiënten een belangrijk onderdeel bij de behandeling van cardiomyopathie (hartfalen). DHEA wordt ook toegepast bij levensverlenging. DHEA is een geneesmiddel en moet door een arts voorgeschreven worden. De dosis is afhankelijk van de gemeten bloedwaarden.

Mannen met prostaatkanker of prostatitis moeten geen DHEA gebruiken. Mannen boven de 40 jaar moeten, als ze DHEA gebruiken, elk jaar hun PSA (Prostate Specific Anti-gen) niveau laten testen om prostaatkanker vroegtijdig te kunnen diagnosticeren.

L-arginine waarschuwing
Patiënten die herstellen van een hartinfarct adviseer ik om geen L-arginine toe te passen omdat één onderzoek uitgevoerd in januari 2006 aangeeft dat L-arginine averechts werkt voor deze patiëntengroep. Deze waarschuwing geldt dan ook alleen voor patiënten die herstellen van een hartinfarct. Andere patiëntgroepen kunnen zonder bezwaar L-arginine toepassen bij de behandeling van hart en vaatziekten zoals cardiomyopathie, angina pectoris en hoge bloeddruk.
 

Stap 9: Groeihormoonreleasers

Onderzoek geeft aan dat patiënten die met een cardiomyopathie zonder bekende oorzaak zijn gediagnosticeerd vaak een te lage waarde van groeihormonen voorkomt. Door groeihormoon suppletie verminderen de klachten aanmerkelijk bij deze patiënten groep. Patiënten met een dilated cardiomyopathie kunnen ook veel baat hebben bij groeihormoon therapie. Groeihormonen kunnen alleen via injecties worden toegediend. Dat is soms lastig. L-arginine kan echter worden gebruikt om het lichaam aan te zetten tot een verhoogde productie van groeihormoon. L-arginine is een aminozuur en moet op een lege maag voor het slapen gaan worden ingenomen.

Stap 10: onderhoudprotocol

Optimaal gebruik van supplementen

Referenties wetenschappelijk onderzoek cardiomyopathie (hartfalen)

  1. DMSO and MSM The Biochemical Oxygen Transport Pair Once it is understood that DMSO (& MSM) acts as a profoundly effective oxygen transport system, this opens up the opportunity to use this information to treat a multitude of medical disorders, immediate and long term that are caused by a deficiency of oxygen transport.
  2. Response of patients in classes III and IV of cardiomyopathy to therapy in a blind and crossover trial with coenzyme Q10 These patients, steadily worsening and expected to die within 2 years under conventional therapy, generally showed an extraordinary clinical improvement, indicating that CoQ10 therapy might extend the lives of such patients. This improvement could be due to correction of a myocardial deficiency of CoQ10 and to enhanced synthesis of CoQ10-requiring enzymes.
  3. Increases in walking distance in patients with peripheral vascular disease treated with L-carnitine: a double-blind, cross-over study A double-blind, cross-over study was designed to evaluate the effects of L-carnitine in patients with peripheral vascular disease.
  4. L-carnitine and coenzyme Q10 protective action against ischaemia and reperfusion of working rat heart Although the molecular mechanisms remain to be defined, it appears that the association of L-carnitine and coenzyme Q10 is more effective than using these compounds separately.
  5. Conditioned nutritional requirements: therapeutic relevance to heart failure These experiments suggest that a comprehensive restoration of adequate myocyte nutrition may be important to any therapeutic strategy designed to benefit patients suffering from congestie heart failure. Future studies in this area are of clinical importance
  6. Effect of combined supplementation with vitamin E and alpha-lipoic acid on myocardial performance during in vivo ischaemia-reperfusion These data indicate that dietary supplementation of the antioxidants, VE and alpha-LA do not influence cardiac performance or the incidence of dysrhythmias but do decrease lipid peroxidation during in vivo I-R in young adult rats.
  7. Supplementation with vitamins C and E suppresses leukocyte oxygen free radical production in patients with myocardial infarction In conclusion, supplementation with vitamins C and E suppresses neutrophil OFR production and lowers the marker of lipid peroxidation in patients with MI.
  8. Antiarrhythmic action of pharmacological administration of magnesium in heart failure: a critical review of new data The evidence reviewed suggests that serum magnesium concentrations should be monitored and corrected in patients with congestive heart failure. Ventricular arrhythmias may respond to acute intravenous magnesium administration, which should be considered as early therapy.
  9. Usefulness of magnesium sulfate in stabilizing cardiac repolarization in heart failure secondary to ischemic cardiomyopathy Thus, MgSO(4) stabilizes cardiac repolarization in patients with compensated heart failure due to ischemic heart disease. Magnesium therapy may be useful in altering the proarrhythmic substrate in heart failure.
  10. Effects of magnesium on blood pressure and intracellular ion levels of Brazilian hypertensive patients These data showed that oral magnesium supplementation may reduce the blood pressure, which can be partially explained by the decrease in intracellular sodium and augment in intracellular magnesium.
  11. Role of magnesium in cardiac metabolism While many of the mechanisms remains elusive, the beneficial effects of magnesium on the myocardium appear to be convincing. Further studies will be necessary to elucidate the molecular basis of the cardio-protective effects of magnesium.
  12. Antiarrhythmic effects of increasing the daily intake of magnesium and potassium in patients with frequent ventricular arrhythmias. Magnesium in Cardiac Arrhythmias (MAGICA) Investigators To our knowledge, this study is the first to provide controlled data on the antiarrhythmic effect of oral administration of magnesium and potassium salts when directed to patients with frequent and stable ventricular tachyarrhythmias. A 50% increase in the recommended minimum daily dietary intake of the two minerals for 3 weeks results in a moderate but significant antiarrhythmic effect. However, with the given therapeutic regimen, repetitive tachyarrhythmias and patient symptoms remain unchanged.
  13. Exercise training in chronic heart failure: why, when and how Training increases exercise tolerance by an average of 20% in chronic heart failure regardless of etiology (ischemic or non-ischemic cardiomyopathy) or severity of left ventricular dysfunction. Available data, while limited, demonstrate that increases in exercise capacity are paralleled by an improvement in quality of life.
  14. Linoleic acid induces MCP-1 gene expression in human microvascular endothelial cells through an oxidative mechan Linoleic acid is a dietary fatty acid that appears to play an important role in activation of the vascular endothelium under a variety of pathological conditions, including development of atherosclerosis or cancer metastasis.
  15. Linoleic acid-induced endothelial activation: role of calcium and peroxynitrite signaling Our data suggest that the proinflammatory effects of LA can be mediated through calcium and peroxynitrite signaling.
  16. Interplay between different polyunsaturated fatty acids and risk of coronary heart disease in men n-3 PUFAs from both seafood and plant sources may reduce CHD risk, with little apparent influence from background n-6 PUFA intake. Plant-based n-3 PUFAs may particularly reduce CHD risk when seafood-based n-3 PUFA intake is low, which has implications for populations with low consumption or availability of fatty fish
  17. Fish intake and risk of incident heart f Among older adults, consumption of tuna or other broiled or baked fish, but not fried fish, is associated with lower incidence of CHF. Confirmation in additional studies and evaluation of potential mechanisms is warrant
  18. Fish intake and risk of incident atrial fibr Among elderly adults, consumption of tuna or other broiled or baked fish, but not fried fish or fish sandwiches, is associated with lower incidence of AF. Fish intake may influence risk of this common cardiac arrhythmia
  19. Carbohydrate and weight control: where do we stand? Low-carbohydrate, Atkins-type diets have been demonstrated to have positive effects on weight loss and biomarkers of cardiovascular risk, which has prompted some researchers to question the validity of present-day dietary guidelines. Although evidence is accumulating in their favour, the safety and efficacy of low-carbohydrate, high-protein diets needs further long-term
  20. Physiological role of dietary fiber: a ten-year review It is accepted nowadays that dietary fiber is an important constituent of the diet. There is growing evidence that the low fiber Western diets and the low consumption of whole grain products are important factors in several common diseases of the large bowel. Cereal fiber differs from that present in vegetables and fruit. A low intake of cereal fiber has been implicated in cancer of the large bowel, diverticular disease of the colon and coronary heart disease. High fiber diets are often prescribed for diabetes. Although fiber consumption by British and American consumers has decreased over the past century, consumption of whole wheat breads and fiber-rich breakfast cereals has received new attention during the past ten years
  21. Implications of fiber in different pathologies Three decades ago, the observations of Trowell and Burkitt gave rise to the "fibre theory", in which it was contended that there was a link between the consumption of a diet rich in fibre and non-processed carbohydrates and the level of protection against many of the "first world diseases" such as constipation, diverticulosis, cancer of the colon, diabetes, obesity and cardiovascular disease
  22. Congestive cardiomyopathy and the selenium content of serum A positive correlation was found between serum selenium content and the left ventricular ejection fraction. Our results suggest that a deficiency of selenium may be present in a number of patients with congestive cardiomyopathy.
  23. Trace nutrients. Selenium in British food The total intake, and the amounts of Se in major foods, were lower than in most other studies. This is probably the result of the comparatively low levels of this element in British soil.
  24. The plasma levels of dehydroepiandrosterone sulfate are decreased in patients with chronic heart failure in proportion to the severity These results indicate that the plasma levels of DHEAS are decreased in patients with CHF in proportion to its severity and that oxidative stress is associated with decreased levels of DHEAS in patients with CHF.
  25. Possible Association of Heart Failure Status With Synthetic Balance Between Aldosterone and Dehydroepiandrosterone in Human Heart CYP17 gene expression and production of DHEA were demonstrated in human control heart. Also, we found that cardiac production of DHEA was suppressed in failing heart. We postulated that DHEA and/or its metabolites exert a cardioprotective action through antihypertrophic effects
  26. Hormonal profile in patients with congestive heart failure Chronic heart failure due to idiopathic dilated cardiomyopathy is associated with a significant decrease in growth hormone, insulin-like growth factor I, and testosterone concentrations, probably due to chronic disease.
  27. Growth hormone therapy in patients with dilated cardiomyopathy: preliminary observations of a pilot study The administration of growth hormone for six months in patients with dilated cardiomyopathy results in significant improvement in the symptomatic class, which could be considered as an additional line of management in patients
  28. Growth hormone treatment in dilated cardiomyopathy A marked increase of ejection fraction of 7% was observed in patients whose IGF-1 increased by more than the median increase, in comparison to the patients with an increase below the median (p = 0.03). Serum levels of IGF-1 reflecting GH secretion are diminished in relation to severity of heart failure in patients with dilated cardiomyopathy. GH-induced increases of IGF-1 of more than 80 pg/mL caused notable improvement of ejection fraction. There is a marked increase in LV mass in patients with dilated cardiomyopathy given GH. Changes in LV mass are related to changes in serum IGF-1 concentrations.
  29. L-arginine reduces heart rate and improves hemodynamics in severe congestive heart failure L-arginine exerted no effect on contractility; however, by acting on systemic vascular resistance it improved cardiac performance. L-arginine showed a negative chronotropic effect. The possible beneficial effect of L-arginine on reversing endothelial dysfunction in CHF without changing LV contractility should be the subject of further investigations.
  30. Low dose oral vitamin K to reverse acenocoumarol-induced coagulopathy: a randomized controlled trial We conclude that the omission of a single dose of acenocoumarol is associated with an effective reduction of the INR in asymptomatic patients presenting with an INR value of 4.5 to 10.0. Furthermore, the use of a 1 mg dose of oral vitamin K results in an excessive risk of over-reversal of the INR.
Uw keuze: pilliewillie.nl > hart en vaatziekten > cardiomyopathie (hartfalen) > 10 stappenplan

Ondersteun mijn werk en plaats een link naar

cardiomyopathie-hartfalen.pilliewillie.nl

Copyright © cardiomyopathie-hartfalen.pilliewillie.nl

Site Map Contact

  • Home
  • Resultaten
  • Forum
  • Online therapeut
  • Gratis informatie
  • Zoeken
  • Contact
  • 10 stappenplan
  • Orthomoleculaire geneeskunde
  • Resultaten
  • Wetenschappelijke onderzoek
  • Overzicht supplementen